>>clik.to/Latijn<<  |   home
Phoenix 1 I Phoenix 2 I Phoenix 3  I Phoenix 4  ITablinum I Vestibulum  I Studium 1 l Studium 2  I Studium 3  I Atrium
DE KINDEREN WANDELEN NAAR DE ROMEINSE WEG
Marcus
en Marcia bezitten een grote villa in Germanië. Veel Romeinse heren bezitten
niet één maar veel villa's. De Romeinse villa bevat veel en grote gebouwen
omdat niet alleen de Romeinse familie maar ook veel slaven en slavinnen in de
villa wonen. Marcus en Marcia zitten voor de villa. De kinderen zijn niet
aanwezig. Marcus zit naast Marcia en bekijkt de slaven. Immers veel slaven,
wanneer zij moe zijn en de heer niet kijkt, willen ze rusten en zich verbergen.
Marcus: “ Veel slaven werken goed maar de andere zijn altijd moe.”
Marcia: “ Is Lentus een goede slaaf?”
Marcus: “ Lentus is geen goede slaaf. Hij is reeds een lange tijd in onze
villa maar hij verlangt naar zijn vaderland en hij kan de slavernij niet
verdragen. Hij wil niet werken… Waar zijn de kinderen? Ik zie onze kinderen
niet.”
Marcia: “ De vier kinderen zijn afwezig; zij wandelen naar de grote Romeinse
weg. O, hoe houd ik van onze kinderen, niet alleen de dochters maar ook de
zonen. Ik kan de jongens niet altijd loven omdat ze nooit zo rustig als de
meisjes zijn.”
Marcus: “ Onze Quintus is soms trots maar hij is toch een goede jongen.”
Marcia: “ Zo is het. Hij help mij dikwijls.
…
Intussen wandelen de vier kinderen naar de grote weg. Livia is tussen Valeria en
Quintus en Lucius wandelt achter de anderen. De jongens bekijken de villa, de
akkers en de hemel. De meisjes vertellen en lachten veel tussen zich.
Valeria: “ Hoe groot is onze villa! Onze vader heeft vele en grote gebouwen en
vele slaven, akkers en paarden.”
Lucius: “ Mijn vader heeft duizend paarden en veel geld.”
Quintus: “ Ha, wij hebben geen duizend paarden: onze kleine Lucius kan niet
tellen.
Lucius: “ Ik ben boos. Quintus lacht mij altijd uit.”
Valera: “ Zo is het. Hij lacht mij, Livia en jou dikwijls uit.” ( naar
Quintus ) “ Waarom lach jij ons uit? Het is niet aantrekkelijk.
Wil je niet meer antwoorden?”
Quintus: “ Ik wil antwoorden maar…veel kan ik niet zeggen. Jouw woorden zijn
juist. Het spijt me. Ik houd van jullie.
Valeria: “ Ha, Lucius lacht al, hij is al niet meer boos.”



Caeki