>>clik.to/Latijn<<  |   home
Phoenix 1 I Phoenix 2 I Phoenix 3  I Phoenix 4  ITablinum I Vestibulum  I Studium 1 l Studium 2  I Studium 3  I Atrium
2.10 Twee koningen vallen
Toen steeg hij in zijn strijdwagen en reed pijlsnel naar de stad Jizreël, waar
koning Joram zijn wonden verzorgde, die hij bij de herovering van de stad Rama
had opgelopen. Toevallig was Ochozias, de koning van Juda, gekomen om hem te
bezoeken. Toen Jehu naderbijkwam, meldde de uitkijkpost uit de toren: "Ik zie
een groep ruiters de stad naderen." Waarop de koning zei: "Stuur hen een ruiter
tegemoet om de zaak te onderzoeken." En zo reed een ruiter hen tegemoet. Toen
deze bij de groep aankwam, herkende hij de leider en zei: "Generaal Jehu, ik
ben door de koning naar u toe gestuurd. Wat is er gaande? Het is toch vrede?"
Daarop zei Jehu: "Daar heb jij niets mee te maken, keer je paard om en sluit je bij ons aan." De verspieder uit de toren meldde: "De ruiter is bij hen aangekomen
en hij keert niet meer terug, maar heeft zich bij de troep aangesloten." Toen
stuurde Joram een tweede ruiter uit. Deze vroeg ook, toen hij bij Jehu aankwam:
"Generaal Jehu, wat gebeurt er? Het is toch vrede?" Maar Jehu zei: "Daar heb
jij niets mee te maken, keer je paard om en sluit je bij ons aan." En dus meldde
de verspieder weer aan de koning: "De ruiter is bij hen aangekomen en hij keert
niet terug, maar heeft zich bij de troep aangesloten. Maar de aanvoerder van de
troep lijkt mij Jehu te zijn."
Toen bestegen koning Joram en koning Ochozias elk hun eigen strijdwagen en reden
de stad uit. Nabij het veld waar Nabot gestenigd was, kwamen ze de bende ruiters
tegen. En al van verre riep koning Joram uit: "Wat is er gebeurd, Jehu? Het is
toch vrede?" Maar deze zei: "Alleen dit is er aan de hand, dat de afgoderij en
de misdaden van jouw moeder Jezabel nog altijd voortduren." Dus keerde koning
Joram zo snel mogelijk zijn wagen en vluchtte, terwijl hij riep: "Een hinderlaag,
Ochozias!" Maar Jehu spande zij boog en doorboorde Joram tussen de schouderbladen.
En toen de pijl zijn hart doorboorde, viel de koning dood in zijn strijdwagen
neer. Toen gaf Jehu aan één of andere officier het bevel: "Raap hem op een gooi
hem op dat veld. Want ik herinner mij de bedreigingen die de Heer indertijd
door de mond van de profeet Elia naar zijn vader heeft geslingerd: Ik het het
bloed van Nabot en diens zonen gezien: ik zal jou op datzelfde veld met gelijke
munt betalen. Neem hem dus op en gooi hem op dat veld neer." Ochozias echter,
de koning van Juda, was ook zelf, nadat hij zo snel mogelijk zijn wagen had
omgekeerd, op de vlucht geslagen. Maar Jehu vuurde zijn ruiters aan om ook hém
te doden. En zij schoten hem, op zijn vlucht, met een pijl neer. Hoe zwaar hij
ook gewond was, toch kwam hij in de stad Megiddo aan, maar daar is hij gestorven.
2.11 Ook de voorspelling over Jezabel bewaarheid
Jehu kwam dus als overwinnaar de stad in. Maar koningin Jezabel, die gehoord had
van de rebellie van Jehu en van de dood van haar zoon, schikte haar kapsel en
maakte zich op. En toen Jehu over het marktplein van de stad voor het koninklijk
paleis voorbijreed, keek ze door het raam naar beneden en riep ze: "Hoe maak je
het Zimri? Hoe gaat het met de moordenaar van de koning en van zijn meester?"
Jehu echter, keek omhoog naar het venster en riep: "Wie is hier met mij?" Er
keken namelijk uit de vensters ook enkele dienaren van de koningin naar buiten.
Tegen hen riep Jehu: "Als jullie aan mijn kant staan, gooi haar dan naar beneden!
" En ze smeten haar naar beneden, zodat haar bloed spatte op de muren en tegen
de paarden die haar vertrappelden.
`s Avonds echter vierde Jehu met een feestmaal zijn overwinning. En na de
maaltijd droeg hij de dienaren op: "Ga die vervloekte vrouw halen en begraaf
haar, want ze is toch de dochter van een koning." Maar van haar lichaam werd al
niets meer teruggevonden tenzij de schedel en de handen en de voeten. Toen hem
dit meegedeeld werd, zei Jehu: "dat is precies wat de Heer heeft voorspeld door
de mond van zijn profeet Elia: Op het marktplein van de stad Jizreël zal
koningin Jezabel door de honden verslonden worden, niemand zal haar begraven en
er zal niet kunnen gezegd worden: hier ligt Jezabel."




Caeki