>>clik.to/Latijn<<  |   home
Phoenix 1 I Phoenix 2 I Phoenix 3  I Phoenix 4  ITablinum I Vestibulum  I Studium 1 l Studium 2  I Studium 3  I Atrium
De gouden slang
HET VERLIES VAN DE SCHAT
Aulus Umbricius, een zeer
rijke Romeinse ridder, had de gewoonte als hij met zn paard een tocht maakte hij rijkdom bij zich meedroeg. Op een dag kwam hij naar de stad Amiternum. Het
paard dat hij bereed, sloeg plotseling op hol door een beet van een insect en wierp de ruiter en zn geldtas weg.
Umbricius werd zwaar gewond naar Amiternum overgebracht. Een arme inwoner van
de stad, Rufus genaamd, vond toevallig een geldtas met daarin niet allen een
grote hoeveelheid geldstukken maar ook een schitterend sieraad, een gouden
slang.

DE EERLIJKE VINDER
Procula, zn vrouw, wou noch
de geldstukken noch de juwelen teruggeven, ze zei; Wat de goden ons hebben
gegeven, zullen we ook bewaren. Maar de volgende dag werd er in de stad
gemeld; Wie de schat van Umbricius teruggeeft, zal honderd denarii als
beloning krijgen.
En zo gaf Rufus de ridder
zn hele schat terug en wachtte hij op zn beloning. Maar toen de rijke
Umbricius, hoewel hij zag dat er niets van de schat ontbrak, vol slechtheid
zei; Waar is mijn andere gouden slang? Verontwaardigd antwoordde hij dat hij
niets meer had gevonden, zelfs toen hij er getuigen bijgehaalde zei hij
hetzelfde. Toch hield Umbricius niet op met het terugeisen van zn andere
slang.
De mensen van de stad, kozen partij voor
de rijke, ze sleepten Rufus naar de rechter, die de rijke, de arme en de verloren
schat bij hem liet komen.

VOOR DE RECHTER GEDAAGD
Lepidus, een beroemde filosoof, op wie de
rechter bij processen kon vertrouwen. Lepidus riep de arme bij zich; Zeg me,
heb jij het sieraad van deze man? Als je het echt niet hebt gedaan zal ik je
proberen vrij te krijgen. Rufus antwoordde; ik heb de goden als getuigen, ik
heb zoveel als ik gevonden had teruggegeven.
De filosoof zei tot de rechter; Die
rijke mens is zeker beter en geloofwaardiger; hij zal dus nooit terugeisen wat
hij niet verloren heeft. Aan de andere kant geloof ik dat die arme niets meer
heeft gevonden dan wat hij teruggegeven heeft. Beslist, want een slecht mens
zal toch geen schat teruggeven? Die zou hij dan wel helemaal verbergen!

EEN SLIM VONNIS
Vervolgens de rechter; hoe
moet ik oordelen volgens jou? De filosoof; neem de gevonden schat; geef Rufus
100 denariën uit de schat; de rest van de schat moet worden bewaard in de
schatkist van de stad, totdat er iemand komt die op zoek is naar een geldtas
die 1 gouden slang bevat. Want hier is geen man aanwezig van wie de schat is.
De rechter ging akkoord met het advies. Maar Umbricius, die word meer geraakt
door verlangen naar goud dan door schaamte en riep uit; Ik moet bekennen dat
het mijn schat is, en er ontbreekt zelfs geen enkel geldstuk. Maar omdat ik de
arme man die beloning van mij niet gunde zei ik dat er nog een andere slang
ontbrak.
De rechter sprak met strenge
stem; Zwijg, schurk, bijna werd een onschuldige man veroordeeld voor diefstal
die jíjzelf hebt gepleegd! Het zal je nooit toegestaan worden nog naar deze
stad terug te keren. Vervolgens overhandigde hij Rufus zn beloning uit de
schat; en gaf Rufus de rijke zn schat terug, de rijke werd nooit meer
teruggezien in Amiternum.



Caeki